Verslavingszorg Noord-Nederland: Veel passie en kilometers voor de goede zaak › Groningen Bereikbaar

Verslavingszorg Noord-Nederland: Veel passie en kilometers voor de goede zaak › Groningen Bereikbaar

Verslavingszorg Noord-Nederland: Veel passie en kilometers voor de goede zaak

Verslavingszorg Noord-Nederland: Veel passie en kilometers voor de goede zaak

27 juni 2016
Elk bedrijf wil bereikbaar blijven voor zijn klanten en medewerkers. Ook als de zuidelijke ringweg op de schop gaat. Mobiliteitsmanagement helpt daarbij: een set van maatregelen om werknemers uit de spits uit de auto te krijgen, door bijvoorbeeld met het OV te reizen, de fiets te pakken of thuis te werken. Hoe pakken bedrijven dat samen met Groningen Bereikbaar op? Leo Sparrenboom vertelt hoe de e-bike zijn intrede deed bij Verslavingszorg Noord-Nederland (VNN).  Het begon allemaal in 1891 toen de eerste verslavingskliniek van Nederland haar deuren opende. Onwennig liepen alcoholisten, fris weggeplukt uit de armoedige, overvolle volksbuurten uit steden in het westen van Nederland, over de lommerrijke oprijlaan naar het landhuis in de bossen van Eelde. Mobiliteit vormde toen nog lang niet het prangende vraagstuk dat het nu is. De kliniek Hoog-Hullen, tegenwoordig Vossenloo en behorend tot Verslavingszorg Noord Nederland (VNN), zette zich in voor mensen die een alcoholverslaving hadden. Verslaafden werden opgenomen en verbleven op Hoog-Hullen tot ze het leven weer aankonden. VNN is nog steeds even idealistisch maar een paar dingen zijn veranderd. Nu kan iedereen die problemen ondervindt door gebruik van alcohol, drugs, gokken of gamen terecht bij één van de locaties van VNN. Deze locaties liggen verspreid over Drenthe, Friesland en Groningen. De organisatie behandelt 8.000 tot 10.000 klanten per jaar, het liefst thuis. Dit is minder ingrijpend dan een volledige opname en een veilige omgeving draagt bij aan het herstel. De organisatie heeft een uitgebreid netwerk en gelooft dat samenwerken met verschillende organisaties de verslavingsproblematiek beperkt. Zo investeren ze in onderzoek, voorlichting en preventie (en werken dus veel samen met zorg- en onderwijsinstellingen) maar leren ze ook werkgevers om te gaan met verslaafde werknemers. Er rekening mee houdend dat elke klant zijn of haar eigen problematiek heeft met een passende behandeling, kan men zich de complexiteit van het mobiliteitsvraagstuk binnen VNN voorstellen.

3.750.000 km per jaar

Medewerkers van VNN reizen samen 3.750.000 km per jaar, een kleine 6 miljoen als je het woon-werkverkeer meetelt. Een echte eye-opener, aldus Leo Sparreboom, manager Human Resources. Zo veel tijd en geld gaat er dus in reistijd zitten, tijd die je niet meer in je klant kan steken. Een tweede goede reden om eens kritisch naar het mobiliteitsbeleid te kijken is de footprint die VNN achterlaat. Het streven is deze zo klein mogelijk te laten zijn. Alle medewerkers zijn HBO- of WO-geschoold. Daarbij werken ze in de zorg. Door te wijzen op de gezondheidsvoordelen, het milieuaspect of kostenbesparing vertel je ze niets nieuws. De klanten staan centraal en als die kilometers voor hen afgelegd moeten worden, dan hebben ze dat er graag voor over. Het gaat om de vraag: kan ik op een prettige manier mijn werk doen? Kan ik makkelijk bij de klant komen of zit ik vast in het verkeer? Een andere prikkel zijn alle wegwerkzaamheden die eraan komen. Volgens Leo Sparreboom is het belangrijk om urgentie te voelen wanneer je wilt veranderen. Dat de stad op de schop gaat, en zeker de zuidelijke ringweg, vormt voor VNN een duidelijke noodzaak anders te reizen. Het hoofdkantoor van VNN ligt aan de Leonard Springerlaan, ja, náást de zuidelijke ringweg. 

Tweedehands e-bikes

Meteen nadat Leo Sparreboom het aantal dienstkilometers en het woon-werkverkeer in beeld had gebracht, schafte de organisatie tweedehands e-bikes (voor vrij gebruik!) aan. Veel declaraties gingen over afstanden van 10 km of minder. Die zijn best met de fiets te overbruggen. De e-bike is dan ook een groot succes. Medewerkers kunnen redelijk grote afstanden afleggen, zijn flexibel, staan niet meer in de file en zijn inderdaad gezonder, goedkoper en milieuvriendelijker bezig. Maar het belangrijkste: een betere mobiliteit werkt door in de zorg die VNN biedt. VNN doet op deze wijze ook mee met de fietscampagne rij2op5. Medewerkers motiveren elkaar een jaar om voor kortere afstanden tijdens werktijd, voor de zakelijke kilometers  de fiets te gebruiken in plaats van de auto. Deze actie gaat zo goed dat er inmiddels meer e-bikes zijn aangeschaft. De actie is een goede stimulans om medewerkers eens anders te laten reizen maar ook zeker een uitdaging voor een organisatie die zo veel onderweg is als VNN.

Dienstauto's

Hoe heeft de hulpverlener op dit moment de mobiliteit ingericht? Leo Sparreboom vertelt over de 2 leaseauto's en de 19 dienstauto's die VNN op de parkeerplaats heeft staan. Vooral de dienstauto's maken een groot verschil in het aantal gemaakte kilometers in het woon-werkverkeer. Veel medewerkers komen op de fiets naar kantoor en pakken de dienstauto voor hun werkafspraken. Weinig auto's in de avond- en ochtendspits dus.

Spreiding van locaties

Elke provincie heeft één of twee hoofdlocaties naast verschillende bezoekadressen die zo goed mogelijk over de provincie zijn verspreid. VNN probeert haar locaties zo te plaatsen dat het zowel voor medewerkers als klanten, efficiënt reizen is. Nieuwe thema's wat betreft mobiliteit, knallen ze er nooit zomaar in. Oftewel: beleid wordt niet in één keer van bovenaf doorgevoerd. Dit wekt alleen maar weerstand op. Met een kleine groep ambassadeurs, een dwarsdoorsnede van de organisatie, maken ze sfeer. De groep zoekt naar oplossingen die bij VNN passen, stemt collega's tot nadenken en biedt alternatieven. Op dit moment vindt de monitor van Groningen Bereikbaar plaats die misschien weer nieuwe inzichten en aanknopingspunten biedt. Zelf heeft Leo ook een e-bike. Nu fiets hij in ieder geval een paar keer per week vanuit zijn woonplaats Delfzijl naar Groningen en weer terug. 'Maar eerlijk gezegd, de voorwaarden moet dan wel gunstig zijn. Als ik tot 's avonds laat moet werken, veel afspraken ver buiten de deur heb of het is gewoon slecht weer, stap ik toch in de auto.'